Basisvaardigheden
- Afstandsschot, uit beweging (links rechts) met actieve verdediger.
Handen stand, duimen onder de bal, armen strekken, ellebogen niet naar buiten, vingers gespreid aan de zijkanten. Sprong omhoog, niet naar voren. - Uitwijkbal
Uitwijk bal links en rechts uit een vloeiende beweging. Lichaam indraaien naar de korf. - Strafworp
- Doorloopbal onderhands en bovenhands met actieve verdediger
Schijnbeweging maken - Afstandsschot uit beweging, links en rechts.- Uitwijkbal, links en rechts.
- Gooien met een(rechts en links) en twee handen over langere afstand
- Vangen met twee handen in stand en beweging. - Vangen met één hand in stand
- Verdedigen, storen bij aanval tegenstander en ballijn verdedigen
- Bewegingstechnieken lopen, stoppen, van richting veranderen, achteruit lopen, draaien, sprinten
- Uitbreiden spelregelkennis.
Samenspeelvaardigheden
- Vanuit 4-0 samenspelen en beginnen met een aanvalsopzet. Betere benutting van de vrije ruimtes in het vak en doorbreken zonder en met bal.
- Rebound innemen
- Aangeef verkrijgen
- Afvang verkrijgen
Inschatten waar de bal terecht komt en positie kiezen in de lijn van het schot. - Vrije ballen
- Uitbrengen van de bal.
- Uitverdedigen.